Buitenbotersloot

Buitenbotersloot

De Buitenbotersloot was vroeger een deel van de Botersloot.

De naam Botersloot komt in 1433 voor het eerst in de bronnen voor. Het was destijds de benaming voor het water dat van de Buitenrotte tot in de Kipsloot, of Rotte binnen de stad, bij de Huibrug liep.
Het noordelijkste gedeelte, ook wel Buitenbotersloot genaamd, omdat het buiten de stad was gelegen, heeft later de naam van Karnemelkshaven gekregen.
De kaden langs de Botersloot kwamen eerst als Achterweg voor. Beide kanten waren ook wel 's-Gravenstraat genaamd, voor de oostkant dikwijls met de bijvoeging 'in Quakernaat'.
De oostkant kwam ook voor als 's-Gravenweg. Het zuidelijkste gedeelte was bekend onder de naam Huibrug. Deze laatste naam werd ook vaak alleen vermeld. Later heetten beide zijden Botersloot.

De raad besloot in 1866 het water te dempen. Vanaf die tijd sprak men van de Gedempte Botersloot.

De Botersloot dankte zijn naam aan de zuivelprodukten die voornamelijk met schuitjes langs de Rotte worden aangevoerd.
De huidige Botersloot ligt op dezelfde plaats als de vroegere Gedempte Botersloot. Alleen het gedeelte van de straat, gelegen tussen de Meent en de Goudsesingel is vervallen.

Bron: Stadsarchief Rotterdam